Over het thema

 

 

Genieten van genoeg. Dat klinkt mooi, maar is ook best ingewikkeld. Want wat is genoeg? En hoeveel hebben we nodig om te kunnen genieten? Of is genieten van genoeg een levenshouding die iedereen kan aanleren?

 

‘Wanneer je de graanoogst binnenhaalt, oogst dan niet tot aan de rand van de akker en raap wat blijft liggen niet bijeen. En wanneer je bij de wijnoogst druiven plukt, loop dan niet alles nog eens na en raap niet bijeen wat op de grond is gevallen, maar laat het liggen voor de armen en de vreemdelingen. Ik ben de HEER, jullie God.’

Leviticus 19:9-10

 

De wetten in het Oude Testament stellen grenzen, op allerlei manieren. Er is een grens aan hoe lang er gewerkt mag worden: elke zevende dag is een rustdag. Er is een grens aan hoe lang je een akker mag bewerken: elk zevende jaar moet het land braak liggen, zodat de grond kan herstellen. Wat er spontaan opkomt, mag gegeten worden. Niet alleen door de eigenaar van de grond, maar ook door slaven, vreemdelingen, vee en wilde dieren. En na 7 keer 7 jaar moeten alle schulden worden kwijtgescholden. Ook bij de jaarlijkse oogst van graan of van druiven is het niet de bedoeling tot het uiterste te gaan. “Oogst niet tot aan de rand van de akker en raapt wat blijft liggen niet bijeen.” (Lev. 19:9). Zo kon wie zelf geen land had, toch ‘een graantje meepikken’ van de oogst.

 

Deze grenzen zijn heilzaam. Ze zijn goed voor mensen, land en dieren. Door het stellen van grenzen, wordt wat kwetsbaar en machteloos is beschermd. Deze bescherming is nodig, juist ook voor alles in de natuur dat geen stem heeft.

 

Hoe zit dat bij ons in deze tijd? Bieden wij, in ons economische systeem, voldoende bescherming aan wat zwak en kwetsbaar is? De vraag stellen is haar beantwoorden. Wereldwijd wordt landbouwgrond uitgeput en werken miljoenen mensen voor zeer lage lonen of in een situatie van ‘moderne slavernij’. Dagelijks verdwijnt tropisch regenwoud ter grootte van voetbalvelden en we zitten middenin een golf van uitstervende diersoorten. Het gaat zelfs zo ver dat we, met name in het rijke westen, door onze levensstijl de aarde aan het opwarmen zijn, met alle gevolgen van dien. De grens is duidelijk bereikt, en in veel gevallen al overschreden.

 

En dat gebeurt niet alleen ver weg, maar ook dichtbij. Denk maar aan de stikstof-crisis of de enorme achteruitgang van het aantal insecten en weidevogels. Of de uitbuiting van migranten-arbeiders die hier in kassen of op het land komen werken.

 

De mens is tot veel in staat, zegt Psalm 8. “U hebt [de mens] bijna een god gemaakt (…), hem toevertrouwd het werk van uw handen en alles aan zijn voeten gelegd.” Maar het blijft Gods wereld. Dat zou ons aan moeten zetten tot ontzag en bescheidenheid. Zoals even verderop staat in de psalm: “Zie ik de hemel, het werk van uw vingers, de maan en de sterren door u daar bevestigt, wat is dan de sterveling dat u aan hem denkt, het mensenkind dat u naar hem omziet?”

 

‘Voor de koorleider. Op de wijs van De Gatitische. Een psalm van David. Heer, onze Heer, hoe machtig is uw naam op heel de aarde. U die aan de hemel uw luister toont – met de stemmen van kinderen en zuigelingen bouwt u een macht op tegen uw vijanden om hun wraak en verzet te breken. Zie ik de hemel, het werk van uw vingers, de maan en de sterren door u daar bevestigd, wat is dan de sterveling dat u aan hem denkt, het mensenkind dat u naar hem omziet? U hebt hem bijna een god gemaakt, hem gekroond met glans en glorie, hem toevertrouwd het werk van uw handen en alles aan zijn voeten gelegd: schapen, geiten, al het vee, en ook de dieren van het veld, de vogels aan de hemel, de vissen in de zee en alles wat trekt over de wegen der zeeën. Heer, onze Heer, hoe machtig is uw naam op heel de aarde.’
Psalm 8

 

Hoe kunnen we ‘Genieten van genoeg’? In zijn brief aan Timotheüs geeft Paulus een paar aanwijzingen. “We hebben voedsel en kleren, laten we daar tevreden mee zijn.” ‘Genoeg’ is blijkbaar wat je nodig hebt om een eenvoudig leven te kunnen leiden. Een leven zonder gebrek, maar ook zonder de drang naar altijd meer en groter. En aan wie ‘meer dan genoeg’ heeft, geldt de boodschap om niet hoogmoedig te zijn en je hoop niet te stellen in rijkdom, maar op God, die ons rijkelijk van alles voorziet om ervan te genieten. Wie rijk is, kan ook uitdelen, en zo ‘rijk zijn aan goede daden’.

 

Onze tijd vraagt ons om opnieuw de grenzen te erkennen van wat de aarde aankan, en om te leren genieten van genoeg. Want genieten van genoeg geeft rust, dankbaarheid en tevredenheid.

 

‘Maar voor wie tevreden is met wat hij heeft, is het geloof grote winst. Wij hebben niets in deze wereld meegebracht en kunnen er ook niets uit meenemen. Wij hebben voedsel en kleren, laten we daar tevreden mee zijn.’
‘Draag de rijken van deze wereld op niet hoogmoedig te zijn en hun hoop niet in zoiets onzekers te stellen als rijkdom, maar op God, die ons rijkelijk van alles voorziet om ervan te genieten. En draag hun op om goed te doen, rijk te zijn aan goede daden, vrijgevig, en bereid om te delen. Zo leggen ze een stevig fundament voor de toekomst, en winnen ze het ware leven.’
1 Tim. 6:6-8; 17-19

Aanrader:

‘Genieten van Genoeg’ verder uitdiepen? Of er praktisch mee aan de slag (misschien wel met je Bijbelstudiegroep)? Dan is dit gelijknamige boekje van Martine Vonk iets voor jou!

 

Boek: ‘Genieten van genoeg’