Praktijkverhalen

De drie verhalen hieronder maken deel uit van het cursusmateriaal Gerechtigheid in Geld. Lees meer over de cursus.

 

Verhaal 1

Agbenyo met een andere bevrijd jongetje

Ghana is een van de landen die veel belasting mislopen door belastingontwijking. Belasting waarmee jongens als Agbenyo naar school hadden gekund, medicijnen hadden kunnen krijgen en beschermd hadden kunnen worden. Zo betaald SABMiller, het moederbedrijf van onder meer Grolsch, al jaren nauwelijks belasting in Ghana. Lees hieronder het verhaal van Agbenyo.

 

LAKE VOLTA – GHANA – Agbenyo* is een slimme, serieuze jongen van 15 uit Ghana. Voor het eerst van zijn leven gaat hij dit najaar naar school. 

Tot maart dit jaar, werd Agbenyo gedwongen negentien uur per dag te werken op Lake Volta, een groot meer in Ghana, waar duizenden jonge jongens worden verhandeld en als slaaf ingezet in de visindustrie. 

Onlangs waren medewerkers van International Justice Mission getuige van de reünie van Agbenyo en zijn grootouders.

Misleid
Agbenyo’s jonge leven kenmerkt zich door grote problemen. Zijn moeder liet hem als jong ventje achter bij zijn grootouders. Daar hielp hij bij het werk op de kleine boerderij. Ondanks hun armoede, waren zij een hechte familie.

Totdat zijn opa bij een ongeluk gewond raakte. Een familielid stelde hen voor aan een man die aanbood voor Agbenyo te zorgen. Omdat ze de man door een familielid hadden leren kennen, vertrouwden zij hem. Zij hadden echter geen idee wat er met hun kleinzoon zou gaan gebeuren.

Agbenyo kan zich nu nog goed herinneren dat de man vertelde dat hij voor hem op het grote meer moest gaan werken. Hij kwam vast te zitten op een boot. Geen school. Geen medicijnen. De volgende dag begon hij met vissen.

 

‘AGBENYO ZAG DAT ANDERE JONGENS DOOR HUN WERK VERDRONKEN

 

Agbenyo werd meegenomen naar Lake Volta, het grootste waterbekken ter wereld. Op de bodem van het meer is dichte begroeiing, waardoor visnetten vaak vast komen te zitten. Een van Agbenyo’s nieuwe taken was het modderige water in te duiken om de netten los te maken. Aan medewerkers van IJM liet hij de littekens zien van de wonden die hij tijdens het vissen had opgelopen.

Toen hem werd gevraagd hoe het was om in het donker te moeten werken, zei Agbenyo: “Het was heel erg eng. Het kon hard waaien. Het was levensgevaarlijk.” Agbenyo zag dat andere jongens door hun werk verdronken. Beelden die hem tijdens zijn slaap nog achtervolgen.

 

Negentien uur werken
Negentien uur werken per dag werd een routine voor Agbenyo. Van maandag tot vrijdag roeide hij om in 1 uur ’s nachts in het donker weg om de netten uit te zetten. Om 6 uur ‘s ochtends keerde hij vervolgens terug om de vissen op te halen en naar de markt te brengen. Daar moest hij de vissen tot in de middag verkopen. Vervolgens moest hij terug het meer op om opnieuw netten uit te zetten. Rond 8 uur ’s avonds kon hij eindelijk gaan slapen, om een paar uur later weer aan het werk te gaan.

De eigenaar van de boot bleef de grootouders van Agbenyo af en toe bezoeken. Hij bracht hen wat kleding en andere spulletjes om hun vertrouwen te winnen. Zij wilden dat hun kleinzoon naar huis kwam, maar de man bleef de thuiskomst van de jongen maar uitstellen. Na lange tijd had de opa van Agbenyo genoeg gespaard om naar het vissersdorp te gaan om de jongen op te halen. Maar de booteigenaar weigerde de jongen te laten gaan.

Binnen een week haalde een boot, bemand door leden van de Ghanese anti-mensenhandel unit en medewerkers van IJM de houten boot waarop Agbenyo werkte binnen. Ze brachten Agbenyo in veiligheid. Agbenyo was ervan overtuigd dat zijn redding verband hield met het bezoek van zijn opa aan het vissersdorp. 

Tijdens de reddingsoperatie werd hij samen met andere jongens bevrijd. Onmiddellijk kregen zij te eten, kleding en medische zorg. Nadat de jongens aan de politie hun getuigenverklaringen hadden afgelegd, werden zij naar een nazorgtehuis gebracht dat wordt gerund door een partner van IJM.

In het nazorgtehuis kreeg Agbenyo de kans voor het eerst van zijn leven lessen te volgen. Hij leerde snel schrijven en lezen. Ook genoot hij ervan te dansen en te voetballen met de andere jongens. 

Maar Agbenyo wilde terugkeren naar zijn opa en oma. Hij begreep niet dat hij in het tehuis moest blijven. De maatschappelijk werker van IJM legde hem uit dat ze uitzochten waar zijn grootouders woonden. Hij moest nog even geduld hebben. Omdat de booteigenaren vaak doen alsof zij familie zijn van de jonge slachtoffers, vraagt het veel werk om de identiteit van familieleden te achterhalen.

 

Lachen
Toen IJM de grootouders van Agbenyo had gevonden, lieten zij hem een foto van hen zien om te zien of ze echt zijn opa en oma waren. Zijn grote glimlach zei genoeg. De dag dat hij op een locatie van overheid hen zou ontmoeten, naderde snel. Zijn opa kon de reis omwille van zijn slechte gezondheid echter niet maken, maar zijn oma wel. De twee zaten bij elkaar toen het nodige papierwerk werd afgerond. 

 

“Agbenyo en zijn oma waren zo blij,” vertelt Anita Budu, maatschappelijk werker van IJM. “Ze bleven maar lachen samen.”

 

Agbenyo woont inmiddels weer bij zijn grootouders en is enthousiast dat hij voor het eerst echt naar school kan. IJM zal contact met hen blijven houden om er zorg voor te dragen dat hij gezond en vrij blijft. Een oom heeft aangeboden assistentie te verlenen en Agbenyo onderdak te bieden. Zijn opa is dankbaar voor de hulp, maar wil dat Agbenyo bij hem blijft wonen, zodat hij er zeker van is dat hij veilig is. Aan de maatschappelijk werker van IJM zei hij: “ Dit heb ik van jou geleerd.” 

 

*Omwille van zijn privacy is dit niet zijn eigen naam. 

 

Dit was een verhaal van International Justice Mission (partner van het Micha-netwerk)

 

Verhaal 2

Louise Nyiranolozi

 Congo is een van de landen die veel belasting mislopen door belastingontwijking. Belasting waarmee de overheid had kunnen zorgen voor meer veiligheid voor vrouwen en meisjes zoals Louise en Rosé, of voor schoon drinkwater voor dorpen zoals die waarin Louise woont. Veel westerse bedrijven bezitten coltanmijnen in Congo. Coltan is een onmisbare stof voor onze mobieltjes. Deze bedrijven laten hun winsten zo klein mogelijk lijken en betalen daarom weinig belasting in Congo. Lees hieronder het verhaal van Louise:

 

De kracht van Louise uit Congo

 

‘Op een ochtend zag ik een meisje op straat, onder het vuil. Ze bleek de hele nacht op straat te zijn geweest. Ik heb haar opgepakt en meegenomen.’ Aan het woord is Louise Nyiranolozi (42) die samen met haar kinderen in een vluchtelingenkamp in Congo woont.

 

‘De eerste keer dat ik moest verhuizen was door de vulkaanuitbarsting in Goma in 2002. Daarna vluchtten we nog 5 keer, altijd voor het geweld in Congo. We verschuilden ons op een berg, in het oewoud. We kookten ’s nachts en sliepen onder een plastic zeiltje. De kinderen mochten niet huilen, want als de rebellen ons vonden, zouden ze ons doden.’

‘Het was op die berg dat mijn gezin stierf. Mijn eerstgeborene stierf op maandag, de tweede op dinsdag, de derde op donderdag en mijn man op zondag. Ze werden ziek en we wisten niet waardoor. We zagen alleen uitslag op hun lichaam en toen stierven ze.’

 

Nu woont Louise samen met haar 6 overgebleven kinderen in kamp Boporo in Noord Kivu in Congo. ‘Ik heb 3 dochters en 2 zonen. En Rose, het kleutermeisje dat ik ‘s ochtends op straat vond. Ik kocht zeep en waste Rose. Droeg haar op mijn rug. Ik dacht dat haar moeder haar wel zou komen halen, maar 2 jaar later heeft nog niemand naar haar gevraagd.’

‘We eten 1 keer per dag: altijd aardappelen. Het gaat er meer om dat we iets in onze maag hebben. Elke ochtend ga ik naar het buurtcentrum om te kijken of er werk is. Ik kan zand dragen, of wat dan ook. Ik doe alles om te overleven, net als iedereen.’

 

Het kamp waar Louise woont, is relatief veilig. Al haar kinderen gaan naar school. ’Je moet wel oppassen dat je geen eten buiten laat staan, want dan nemen hongerige mensen het mee. Maar er wordt hier niemand vermoord.’ In het kamp is ook geen seksueel geweld, zegt Louise. ‘Maar als je buiten het kamp manieren zoekt om te overleven, gebeurt het. Mijn nichtje was hout gaan sprokkelen en werd verkracht. Ze kwam huilend terug in het kamp. Ik droeg haar naar het ziekenhuis, godzijdank waren we op tijd.’

 

Voorheen was er 1 waterreservoir in het kamp. Dat was lang niet voldoende voor alle vluchtelingen. Inwoners kregen diarree en 15 mensen stierven. Louise: ‘Ook mijn dochter kreeg diarree. Ze werd behandeld in het hospitaal.’ Oxfam bouwde een extra waterreservoir, en nu is er water genoeg. ‘We kunnen de wc’s schoonmaken en onze kleren wassen in de washokken die Oxfam voor ons bouwde. We hebben zelfs een rooster zodat iedereen meehelpt met schoonmaken. Samenwerken is in ieders voordeel. Mensen worden niet meer ziek.’

 

Louise houd vrouwen in de gaten die op het punt staan te bevallen. Ze geeft voorlichting over hygiëne en helpt mensen naar het ziekenhuis. Bovendien blijft ze zorgen voor de kleine Rose. ‘Ik weet niet hoe ik het doe, maar God heeft me altijd de kracht gegeven. Het is mijn talent om mensen te helpen. Ik deed het vroeger thuis al en ik blijf het doen, ook hier in het kamp.’

 

Dit was een verhaal van Oxfam Novib (partner van de campagne Gerechtigheid in Geld)

Verhaal 3

 

Filipijnen is een van de landen die veel belasting mislopen door belastingontwijking. Belasting waarmee de overheid haar bewoners meer had kunnen beschermen tegen verwoesting door tyfoons, zoals in 2013, of meer had kunnen doen in de wederopbouw. Lees hieronder het verhaal van Roque.

 

Roque, ontroerd door zoveel compassie.

In opperste concentratie zit Roque Palce (57) op zijn knieën in zijn nieuwe huis, hij is bezig met het bevestigen van een raamwerk voor een extra kamer. Sinds een week woont hij nu in dit houten huis, nadat zijn eigen huis volledig is weggespoeld door de stormvloed als gevolg van tyfoon Yolanda.

“Mijn oude huis was gemaakt van palmbladeren. Mijn dochter Ronalyn had de fundering al laten leggen voor een nieuw stenen huis voor ons, van het geld dat ze verdiende als verloskundige.”

 

Tragedie
Roque spreekt in de verleden tijd over haar, zij is namelijk onderdeel van de tragedie in deze gemeenschap waarbij 27 mensen om het leven kwamen door de tyfoon Yolanda. Niet alleen verloor hij zijn dochter, maar ook zijn vrouw. Terwijl we afwachten wat er zou gebeuren die nacht, zat ik met wat buren TV te kijken in ons huis. Mijn drie dochters en mijn vrouw had ik in veiligheid gebracht in de school, een stevig gebouw dat de wind wel zou doorstaan. Opeens werden we verrast door golven water die het huis binnenstroomden. Instinctief renden we naar buiten en klommen op het dak van het hogere huis naast het mijne.”

 

“Het was drie uur ’s nachts en eenmaal op het dak kwamen er in een aantal minuten nog zeker vier enorme golven. We bleven zitten terwijl de golven weer terugtrokken naar de zee, van alles met zich meeslepend. Vanaf deze plek konden we zien dat er bijna geen huis meer was blijven staan en de school was amper nog zichtbaar doordat het was bedolven onder puin en modder.”

 

Zoektocht
Roque ging zo snel mogelijk omhoog naar de bergen om zijn vrouw en kinderen te zoeken. Hij vond zijn twee jongste dochters. Iemand vertelde hem dat zijn vrouw en oudste dochter gezien waren in de school.

 

“Ik begon te graven en het puin weg te halen, totdat ik mijn vrouw Benedicta vond.. In de badkamer, met haar armen rustend op het toilet. Voor zover mogelijk probeerde ik haar schoon te wassen en weer mooi te maken voordat we haar hebben begraven.” De dochter van Roque werd pas drie weken later gevonden door een reddingsteam, onder de bank in het voorportaal van de school.

 

Volledig verrast
Zoals velen zijn Roque en zijn familie volledig verrast door de golven. Niemand had verwacht dat er naast de sterke wind van de tyfoon ook een stormvloed zou komen. Het woord ‘storm surge’ was wel genoemd in de berichtgeving maar veel mensen kenden daarvan de betekenis niet. Tyfonen komen vaak voor in de Filipijnen, dit was al de 25e tyfoon van 2013.

 

‘Salamat’
In zijn gemeenschap is Roque de eerste die een huis heeft ontvangen, het model dat nog veel zal worden nagebouwd met de hulp van ZOA en de lokale organisatie AMG Philippines die al jaren samenwerkt met Woord en Daad. Voor Roque en vele anderen maakt dit een groot verschil.

“Salamat (bedankt). Ik ben ontroerd dat mensen zoveel compassie met ons hebben. Het is een enorme steun, het verzacht mijn verdriet. Het is een geschenk van God.

 

Dit was een verhaal van Dorcas, Red een Kind, Tear, en ZOA (partners van het Micha-netwerk)